ECLI:NL:GHDHA:2016:2006
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over griffierecht bij vordering tot schadebegroting
Venn Partners LLP kwam in verzet tegen de beslissing van de griffier om een griffierecht van €5.160,- te heffen in een hoger beroep van Principal Financial Company B.V. (PFC). PFC vorderde vernietiging van een vonnis en toewijzing van haar schadevordering, waarbij zij een schadebedrag van €22.000.000,- noemde.
Venn stelde dat de vordering van PFC van onbepaalde waarde was, omdat PFC slechts een begroting van de schade vorderde en geen executoriale titel tot betaling. Volgens Venn zou daarom een lager griffierecht van €711,- verschuldigd zijn.
Het hof oordeelde dat de vordering tot schadebegroting wel degelijk een financieel belang vertegenwoordigt dat overeenkomt met het genoemde bedrag. De wet en jurisprudentie schrijven voor dat het griffierecht wordt bepaald aan de hand van het financiële belang van de vordering. Het feit dat PFC slechts een schadebegroting vordert en geen directe betaling, doet hieraan niet af.
Het hof verwierp het verzet van Venn en bevestigde dat het griffierecht van €5.160,- terecht is geheven. De beschikking werd uitgesproken door drie raadsheren op 12 juli 2016.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet van Venn tegen de griffierechtbeslissing ongegrond en bevestigt het geheven griffierecht van €5.160,-.