Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Nederlandse Israëlitische Hoofdsynagoge, h.o.d.n. Joodse Gemeente Amsterdam,
2.[geïntimeerde 1] ,
3. [geïntimeerde 2] ,
Bij die akte stelt hij voorts dat de rabbijnen op 8 maart 2000 het convenant hebben weggemaakt. De echtscheiding is uitgesproken door het rabbinale gerecht te Jeruzalem. [appellant] heeft een afschrift van het vonnis met een (onofficiële) Nederlandse vertaling overgelegd. In het convenant waren in afwijking van dit vonnis enige afspraken gemaakt. Door het verloren gaan van het convenant heeft [appellant] , naar hij stelt, de volgende schade geleden.
(i) In het convenant heeft zijn ex-echtgenote afstand gedaan van de ten laste van [appellant] door de Israëlische rechter vastgestelde kinderalimentatie. Hierdoor bleef de kinderalimentatie van NIS 2.500 (per maand) in stand. Als gevolg van het wegmaken van het convenant heeft [appellant] thans een schuld aan de bevoegde instantie te Israël ter zake van (achterstallige) kinderalimentatie. Zijn schade bestaat uit deze schuld.
(ii) Naar [appellant] stelt, heeft zijn ex-echtgenote de woning van zijn moeder verkocht, terwijl in het convenant was overeengekomen dat iedere partij behield wat hij of zij vanuit zijn of haar familie had ingebracht en dat van een boedelscheiding werd afgezien. De woning kwam dus volgens het convenant aan [appellant] toe en niet aan zijn ex-echtgenote. Zijn schade bestaat uit de waarde van de familiewoning.
(iii) [appellant] was door de rechter in Israël veroordeeld in de proceskosten van NIS 3.000,--. In het convenant is echter afgesproken dat iedere partij de eigen kosten zou dragen. Zijn schade als gevolg van het wegmaken van het convenant bestaat uit de proceskosten, vermeerderd met rente en kosten.