Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 28 juli 2017
[appellante] ,
REFRESCO B.V.,
Het geding
De feiten
Good’ scoorde. Op het onderdeel Behavioral/Flexibility werd opgemerkt dat [appellante] een goede
balancehad en goed kon acteren met leden van de Operating Board. Haar gedrag werd op dat punt met een ‘
very good’ beoordeeld. De eindscore was ‘
Good.’
[appellante] started well in RG. She is integrated and well perceived by the HRD’s/MD’s. [appellante] is running many projects. She has to prioritize and come with plan. She is a good tandem of [MD][ [MD] ]
. We are happy to work with a professional HRD.’
Starting to spend coaching time with some of the MD’s and starting to organize some coaching and training e.g Pieter- coach, Pasi- leaderschip training, John- leadership training to be planned & personal coaching initiated. Some more initial discussions here and there. To be continued and needs to become structured of course.’
You sometimes talk too much during the BM and can annoy the colleagues.’
was daar niets bij vergeleken. Er zou een hoog testosteron gehalte zijn. De HR organisatie moest opnieuw worden gereorganiseerd, zij vond dat dat moest gebeuren maar het zal ongetwijfeld ook haar taak zijn geweest. Mevrouw [appellante] vertelde mij dit alles ongevraagd, zij praat in mijn beleving veel, ik kwam er zelf weinig tussen.(…) Bij Refresco, zo vertelde zij, werkte ook een vrouwelijke head legal die het moeilijk had en een beroep op haar deed. Ook zouden er veel medewerkers bij haar op de stoel komen uithuilen.
De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan
De beoordeling in hoger beroep
- Refresco te veroordelen,
- Refresco te veroordelen aan [appellante] te betalen een schadevergoeding van € 100.000,- bruto wegens wanprestatie;
- Refresco te veroordelen aan [appellante] te betalen een billijke vergoeding van € 180.000,- wegens ernstig verwijtbaar handelen of nalaten;
- Refresco te veroordelen in de proceskosten van beide instanties, daaronder begrepen het salaris van de advocaat van [appellante] .
(…) Uit de verklaringen, van beide kanten, ontstaat wel het beeld dat [appellante] loslippiger is dan haar werkomgeving had bedacht en goed vindt. Het kan zo zijn dat [appellante] over haar werk praat in bijeenkomsten die zij als vertrouwelijk beschrijft, dat neemt niet weg dat zij werkzaam is bij een beursgenoteerde onderneming die meer in de belangstelling staat dan niet genoteerde ondernemingen en terughoudendheid dan past. Hierbij komt dat de door [appellante] beschreven vertrouwelijkheid van de door haar bezochte bijeenkomsten in de praktijk niet zal betekenen dat geen woord naar buiten komt.(…)”
Ik ga zorgen dat ik je overal van afsluit. Ik ga daar alles aan doen alles dat ik je nooit meer zie. (…) En ik wil echt dat je niets meer doet. (…) Vooral geen contact meer want deze organisatie ga ik leiden. Die ga jij niet kapot maken. Daar ga jij geen rare dingen meer doen, niet interfereren. Je gaat geïsoleerd doen wat ik je gevraagd heb te doen en that’s it.”
"Ik vecht wel zonder dossier. Maakt niks uit. Ik ga vanaf nu niet meer respectvol met je om. Dat heeft geen zin. Echt geen zin. Je bent kansloos. We gaan het zien, dat ik alles uit de kast wil halen om je nu echt onderuit te halen, alles, dat gaat gebeuren. Ik ga nu alles uit de kast halen ook externe bronnen echt alles. Zou fantastisch zijn om je te schorsen. Maar ja juridisch is dat niet zo handig. Wil je liever niet dan wel zien. Het enige waar ik met je over wil praten is hoe je hier vandaag nog weg bent dat zou ik met jou willen; voor de rest helemaal nergens over.”Bovendien heeft [CEO] tijdens het gesprek enkele malen op de tafel geslagen om zijn woorden kracht bij te zetten, hetgeen naar het oordeel van het hof bijdraagt aan het intimiderende karakter van zijn bejegening van [appellante] tijdens dit gesprek.