De appellant, voormalig boekhouder bij EPC Power XTRA B.V., werd op staande voet ontslagen wegens ernstige malversaties in de administratie, waaronder het creëren van een fictieve lening en onrechtmatige geldtransacties. De kantonrechter wees zijn verzoek tot vernietiging van het ontslag af wegens niet-tijdige indiening.
In hoger beroep betoogde appellant dat het ontslag onterecht was en verzocht om een billijke vergoeding, transitievergoeding, uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen, vakantiebijslag en correcte loonspecificaties en jaaropgave. EPC bestreed deze grieven en stelde dat de malversaties een dringende reden vormden voor het ontslag.
Het hof oordeelde dat het wijzigen van boekhoudkundige gegevens zonder toestemming en het creëren van een niet-bestaande lening een dringende reden opleverde voor ontslag op staande voet. De billijke vergoeding werd afgewezen omdat EPC niet ernstig verwijtbaar had gehandeld. De transitievergoeding en vordering tot uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen werden eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en verrekening.
Wel werd het verzoek tot verstrekking van correcte loonspecificaties over oktober tot en met december 2016 en een juiste jaaropgave 2016 toegewezen. De appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.