ECLI:NL:GHDHA:2019:2021
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bestuurdersaansprakelijkheid stamrechtvennootschap Gouden Tromp B.V.
Deze zaak betreft een hoger beroep in een geschil over bestuurdersaansprakelijkheid van [appellant], bestuurder van de stamrechtvennootschap Gouden Tromp B.V., die failliet is verklaard. De curator vorderde betaling van schulden uit hoofde van onbehoorlijk bestuur op grond van art. 2:248 en Pro 2:9 BW.
De feiten betreffen onder meer het gebruik van het stamrechtkapitaal voor ondernemingsactiviteiten, het stellen van borgstellingen en pandrechten, en het verstrekken van leningen. Het hof stelt vast dat de curator onvoldoende heeft aangetoond dat de handelingen van [appellant] hebben geleid tot kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement was. Ook is niet gebleken dat [appellant] een ernstig verwijt kan worden gemaakt op grond van art. 2:9 BW Pro.
Het hof benadrukt de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid, zeker gezien de aard van een stamrechtvennootschap en het statutaire doel om het stamrechtkapitaal te laten renderen en ondernemingsactiviteiten te financieren. De curator heeft niet voldoende gesteld dat de schuldeisers zijn benadeeld met het besef daarvan door [appellant].
Daarom vernietigt het hof de vonnissen van de rechtbank en wijst de vordering van de curator af. De curator wordt veroordeeld tot terugbetaling van door [appellant] betaalde bedragen en in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de curator tot bestuurdersaansprakelijkheid af en vernietigt de eerdere vonnissen.