Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[geïntimeerde 1] ,
1.Het verdere verloop van het geding
2.De verdere beoordeling van het hoger beroep
“Dit jaar is de Euro actief geworden” en
“Hfl voorbij”, terwijl door [geïntimeerde 1] verder een brief gedateerd 15 december 2000 (productie 6 bij conclusie van antwoord) in het geding is gebracht - waarin [appellante] haar toestemming geeft voor de omrekening van haar schuld van guldens naar Euro’s - waarvan de eerste zin luidt:
“Zoals jij reeds weet zal vanaf volgend jaar 1 januari de Euro zijn intreden doen” en de laatste zin luidt:
“Fijne kerstdagen en een gezond en bovenal liefdevol 2001 toegewenst”. Het is echter een feit van algemene bekendheid dat de Euro in Nederland pas is ingevoerd per 1 januari 2002, en niet per 1 januari 2001. Dat [geïntimeerde 1] zich bij het schrijven van genoemde brief in december 2000 kan hebben vergist, in die zin dat hij dacht dat reeds per 1 januari 2001 de euro zou worden ingevoerd, is bijzonder onwaarschijnlijk. Dit maakt de lezing van [appellante] , dat dit stuk achteraf valselijk is opgemaakt (hof: waarbij kennelijk een vergissing is gemaakt ten aanzien van de invoeringsdatum van de euro) voldoende aannemelijk.
“alle overeenkomsten die wij samen hebben gemaakt tbv het ontduiken van socialendienst verplichtingen en of teruggave van je reeds ontvangen uitkeringen en met als doel jouw uitkering te behouden, een spel is en het geld wat uiteindelijk mij toekomt middels een verkoop van Luttinckduin 114 niet van mij is maar van jou”, van [geïntimeerde 1] is, in het midden blijven. Ook zonder deze brief is [appellante] geslaagd in het door haar te leveren bewijs. Het hof heeft geen behoefte aan nadere deskundige voorlichting op dit punt.