Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 16 april 2019
[verzoeker],
[X], h.o.d.n. [handelsnaam],
Het geding
De feiten en procedure in eerste aanleg
De procedure in hoger beroep
het aanhouden van een financieel belang in een cliënt of het gezamenlijk met een cliënt aanhouden van een financieel belang”.Hiernaast is het Reglement Beroepsuitoefening Register Belastingadviseurs (‘Reglement’) van belang. Dit schrijft voor dat een lid moet vermijden dat zijn vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep in gevaar kunnen komen (art. 2 lid 1 Reglement Pro) en dat het niet geoorloofd is dat een lid werkzaamheden verricht die onverenigbaar zijn met de onafhankelijkheid van een belastingadviseur (art. 2 lid 2 Reglement Pro).
“Uw cliënt ([verzoeker], hof) deed alsof hij geïnteresseerd was, [verweerder] had niet door dat dat daadwerkelijk zo was.”[verweerder] wordt daarom niet gevolgd in zijn stelling dat [verzoeker] de lening aan [naam bedrijf] in het geheel niet met [verweerder] heeft besproken. Als dat waar was kon [verweerder] immers niet de indruk krijgen dat [verzoeker] deed ‘alsof hij geïnteresseerd was’.
Hypothecaire lening [verzoeker]” en dat – ook als [verweerder] moet worden gevolgd in haar standpunt dat [verzoeker] ervoor heeft gezorgd dat deze jaarstukken veel later dan de bedoeling was bij [X] onder ogen zijn gekomen – deze jaarstukken op enig moment wel bij [X] zouden zijn beland ter controle, goedkeuring en ondertekening, zodat de lening dan in elk geval bij [verweerder] bekend zou zijn geworden en er niet van kan worden uitgegaan dat [verzoeker] de lening voor [verweerder] had willen verzwijgen.