ECLI:NL:GHDHA:2020:1630
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vader zonder gezag als belanghebbende bij verlenging machtiging uithuisplaatsing kinderen
In deze zaak is de vader, die geen ouderlijk gezag heeft, in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kinderen. De rechtbank had de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing reeds verlengd tot 8 november 2020.
Het hof stelt vast dat de vader de biologische vader is, de kinderen heeft erkend en family life met hen onderhoudt zoals bedoeld in art. 8 EVRM Pro. De vader is emotioneel zeer betrokken en heeft pogingen gedaan tot contact, die door de gecertificeerde instelling niet zijn gehonoreerd. Het hof oordeelt dat de vader geen belanghebbende is bij de verlenging van de ondertoezichtstelling, omdat deze maatregel de gezagsrelatie tussen de gezagsouder en kinderen raakt, niet die van de vader zonder gezag.
Echter, de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing raakt het family life van de vader direct, waardoor hij wel als belanghebbende moet worden aangemerkt. Het hoger beroep is tijdig ingesteld, aangezien de vader pas eind april 2020 op de hoogte was van de beschikking van november 2019. Het hof bepaalt dat de gecertificeerde instelling het volledige procesdossier aan de vader moet verstrekken en houdt verdere behandeling aan.
Uitkomst: Vader is belanghebbende bij verlenging machtiging uithuisplaatsing en krijgt procesdossier, maar niet bij verlenging ondertoezichtstelling.