ECLI:NL:GHDHA:2020:793
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing loonbetaling en terugbetaling beslag in arbeidsrechtelijke kortgedingzaak
Deze arbeidsrechtelijke zaak betreft een geschil tussen een administratief medewerker en zijn werkgever over loonbetaling, wedertewerkstelling en vakantiegeld in het kader van een levensloopregeling. De medewerker had een kort geding aangespannen om loonbetaling en toelating tot arbeid af te dwingen, waarbij de kantonrechter zijn vorderingen toewijst.
De werkgever stelt hoger beroep in en vordert vernietiging van het vonnis, met afwijzing van de loonvorderingen en terugbetaling van bedragen die via executiemaatregelen zijn geïncasseerd. Het hof stemt zijn oordeel af op een bodemvonnis dat de werkgever in het gelijk stelt en wijst de loonvorderingen af. De vordering tot betaling van vakantiegeld wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid.
De terugbetaling van het bedrag dat uit beslag is geïncasseerd wordt wel toegewezen, met wettelijke rente. De geïntimeerde wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest is gewezen door het hof Den Haag op 7 april 2020.
Uitkomst: Het hof vernietigt het bestreden vonnis en wijst de loonvorderingen af, met terugbetaling van beslagbedragen door de werknemer.