ECLI:NL:GHDHA:2020:866
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake afdrachtsvermindering loonbelasting en vergrijpboetes in de timmerindustrie
Belanghebbende, een timmerfabriek, claimde voor de jaren 2010 en 2011 ten onrechte afdrachtsvermindering loonbelasting voor werknemers die een opleidingsprogramma gevolgd zouden hebben dat niet kwalificeerde als beroepsopleiding volgens de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB).
De Rechtbank had de naheffingsaanslagen en heffingsrente bevestigd maar de vergrijpboetes vernietigd wegens het ontbreken van grove schuld. Belanghebbende trok het beroep op het gelijkheidsbeginsel in.
Het Hof oordeelt dat het opleidingsprogramma geen onderdeel is van een erkende BBL-opleiding en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vereiste beroepspraktijkvorming is gevolgd. De vergrijpboetes zijn terecht opgelegd vanwege grove onachtzaamheid bij de administratieve verantwoording.
Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur gegrond. De proceskostenvergoeding wordt gematigd tot €512. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet inhoudelijk behandeld omdat het beroep daarop is ingetrokken.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de vergrijpboetes worden terecht opgelegd.