Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 6 oktober 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Navorderingsaanslag IB/PVV 2014
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende was het niet eens met de navorderingsaanslag 2014 en de aanslagen 2015 en 2016 inzake de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Rechtbank Den Haag had de beroepen gegrond verklaard, de aanslagen en belastingrentebeschikkingen vernietigd en de Inspecteur opgedragen nieuwe aanslagen op te leggen met inachtneming van een compromis over de aftrekbare kosten.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het compromis niet rechtsgeldig was overeengekomen en vorderde vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en vermindering van het belastbaar inkomen en belastingrente. Het Gerechtshof oordeelde echter dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de Rechtbank reeds volledig tegemoet was gekomen aan de standpunten van belanghebbende, waardoor het hoger beroep hem niet in een betere positie kan brengen.
Het Hof wees erop dat de Rechtbank ten onrechte ook de aanslagen zelf had vernietigd in plaats van alleen de uitspraken op bezwaar, maar dat dit in het voordeel van belanghebbende was. De ambtshalve verminderingen van de Inspecteur waren daardoor zinledig geworden. Het Hof zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het hoger beroep af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het belanghebbende niet in een betere positie kan brengen.