Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 16 februari 2021
[appellante],
Liroy B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(…) Als maar duidelijk is, dat IK niet geestelijk ziek ben. (…)
“Werkneemster is heden wegens onduidelijke redenen niet in staat om haar werkzaamheden uit te voeren. Acties om haar herstel te bevorderen worden genomen. Voorlopig lijkt het voor zowel werkneemster als werkgever beter om werkneemster de komende tijd volledig ziek te melden tot er meer duidelijkheid is.”
Love is not easily angred, BUT if it is angred, …..etc. etc.“
Cliënte informeerde mij over het feit dat zij in emotie heeft aangegeven tot een beëindiging van het dienstverband te willen overgaan. Cliënte komt daar hierbij op terug en geeft aan het dienstverband te willen continueren. Cliënte betwist ook de ziekmelding, cliënte stelt dat zij niet ziek is en acht zichzelf in staat tot werkhervatting. Ik verzoek u dan ook om cliënte te laten oproepen door de bedrijfsarts.”
(…) Uit de meeste recente terugkoppeling van de Arboarts (van 20 februari jl.) valt af te leiden, dat uw cliënte niet belastbaar is voor haar eigen of aangepast werk en dat uw cliënte nu een adequate behandeling ondergaat. Cliënt geeft er de voorkeur aan om eerst dit traject af te wachten, waarbij cliënte verwacht dat uw cliënte (nu wel) haar volledige medewerking verleent aan het herstelproces.
De verdere beoordeling in hoger beroep
- de beschikking van de kantonrechter te vernietigen;
- primair te bepalen dat het ontbindingsverzoek ten onrechte is toegewezen en de arbeidsovereenkomst te herstellen per 1 oktober 2020 met doorbetaling van het salaris en emolumenten;
- subsidiair aan [appellante] een billijke vergoeding van € 81.595,31 bruto toe te kennen voor het geval het dienstverband niet wordt hersteld;
- de veroordeling tot betaling van de transitievergoeding ad € 17.273,95 bruto te bekrachtigen voor zover het dienstverband niet wordt hersteld;
- Liroy te veroordelen om in geval van herstel van het dienstverband [appellante] per hersteldatum in staat te stellen in haar eigen functie als Administrateur te hervatten en in geval van arbeidsongeschiktheid, haar te laten re-integreren;
- Liroy te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde vergoedingen tot aan de dag der algehele voldoening;
- Liroy te veroordelen tot uitbetaling van 161,5 niet-genoten vakantie-uren over 2020 tegen een uurloon ad € 23,06 bruto te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, te weten € 4.022,12 bruto;
- Liroy te veroordelen in de kosten van dit geding.
niet ziek is, was en nooit is geweest”. Daags voor de betekening van deze kort geding dagvaarding (11 juni 2020) is het ontbindingsverzoek door Liroy ingediend. Ook heeft [appellante] zich in haar verweerschrift in eerste aanleg herhaaldelijk en nadrukkelijk op het standpunt gesteld dat zij niet ziek was (onder andere in punt 9, 26, 27, 34, 42, 43, 44, 46, 69 en 88). Eerst tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft [appellante] gesteld dat er sprake was van voortschrijdend inzicht, dat zij nog steeds ziek was en er sprake was van een opzegverbod. [appellante] heeft nimmer een deskundigenverklaring van het UWV gevraagd, terwijl zij vanaf in ieder geval 31 januari 2020 bijgestaan werd door een jurist. De conclusie is dan ook dat [appellante] haar stelling dat sprake was van ziekte op geen enkele manier heeft onderbouwd, noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep.