Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- op 1 juli 2020 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
- op 18 december 2020 een V-formulier van 17 december 2020 met bijlagen,
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- € 99.942,- in 2017;
- € 124.238,- in 2018;
- € 60.314,- in 2019.
niet toereikend(cursief hof) zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen, worden deze gedragen door beide echtgenoten ieder voor een gelijk deel, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid anders voortvloeit. Het hof vermoedt dat er sprake is van een negatieve boedel, echter het hof heeft onvoldoende gegevens om dit ook daadwerkelijk te kunnen vaststellen. Gezien de aard van de schulden is er in beginsel geen grond om af te wijken van een gelijke draagplicht. Ten overvloede wijst het hof op artikel 1:102 BW Pro. Als de schuld aan de zijde van de man in de gemeenschap is gevallen ontstaat aan de zijde van de vrouw een wettelijke aansprakelijkheid, met dien verstande dat daarvoor slechts kan worden uitgewonnen hetgeen de vrouw in het kader van de verdeling heeft gekregen, het gaat in artikel 1:102 BW Pro om de externe aansprakelijkheid.