ECLI:NL:GHDHA:2022:1771
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde en schending toezendingsplicht niet leidend tot niet-ontvankelijkheid
Belanghebbende betwistte de WOZ-waarde van zijn woning en maakte bezwaar tegen de beschikking. De Heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €116.000, wat belanghebbende te hoog vond. De uitspraak op bezwaar werd alleen aan belanghebbende zelf verzonden, niet aan zijn gemachtigde, wat volgens het Hof een schending van artikel 6:17 Awb Pro is. Deze schending leidde ertoe dat de beroepstermijn pas startte na toezending aan de gemachtigde, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard.
Het Hof oordeelde dat het hoorverzoek van belanghebbende na de bezwaarfase was ingediend, waardoor geen schending van de hoorplicht was. De WOZ-waarde werd getoetst aan de hand van het taxatierapport en de aankoopprijs van de woning, waarbij rekening werd gehouden met de staat van de woning en de investeringen na aankoop. Belanghebbende voerde aan dat de veilingmethode niet marktconform was en dat de buurt criminaliteit kende, maar het Hof vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd.
Uiteindelijk bevestigde het Hof de uitspraak van de Rechtbank dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd op 21 juli 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde en verklaart het beroep ontvankelijk ondanks schending toezendingsplicht.