Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : 8385045 RL EXPL 20-4111
1.Staat der Nederlanden (Ministerie van Defensie),
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 7 juni 2021 waarmee de Staat in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter Den Haag van 10 maart 2021;
- de memorie van grieven van de Staat;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel van [verweerder], met bijlagen;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van de Staat, met bijlagen;
3.Feiten en procedure bij de kantonrechter
§ Algemene bepalingen
4.Beoordeling in hoger beroep
5.Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- wijst de vorderingen van [verweerder] af;
- veroordeelt [verweerder] tot terugbetaling aan de Staat van het door de Staat betaalde bedrag van € 1.263,89, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling door de Staat tot aan de dag van terugbetaling;
- veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van de Staat tot op 10 maart 2021 begroot op € 100,89 aan verschotten en € 180,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 857,81 aan verschotten en € 4.685,50 aan salaris advocaat (inclusief € 163,- aan nasalaris), te verhogen met € 85,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
- bepaalt dat binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 85,-, na de datum van betekening, aan deze kostenveroordeling moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente bedoeld in art. 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van veertien dagen tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.