Oordeel van de Rechtbank
3. De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:
“Waardevermindering als gevolg van schade
8. Met betrekking tot gebruikte personenauto's, wordt de verschuldigde BPM berekend met inachtneming van een vermindering.¹ De vermindering is de afschrijving, uitgedrukt in procenten van de som van de catalogusprijs en de BPM op het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen.² Bij een personenauto met meer dan normale gebruiksschade³ wordt de afschrijving op een bij aangifte gedaan verzoek vastgesteld op de som van de catalogusprijs en de historische BPM, verminderd met de taxatiewaarde vermeld in een taxatierapport dat voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.⁴ Het ligt op de weg van eiser om feiten te stellen en bij betwisting deze aannemelijk te maken dat en in hoeverre beschadigingen een waardedaling ten opzichte van de handelsinkoopwaarde tot gevolg hebben.⁵
9. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser er niet in geslaagd om zijn stelling dat er op het moment van het doen van aangifte nog meer dan normale gebruiksschade was die op de waarde van de auto in mindering moet worden gebracht, aannemelijk te maken. Het taxatierapport waaruit de opgevoerde schade zou moeten blijken is weliswaar opgemaakt ten hoogste één maand voor het tijdstip waarop de BPM is verschuldigd, maar niet in de staat waarin de auto op dat tijdstip verkeerde. Hierdoor voldoet het taxatierapport niet aan de vereisten van artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 en ontbeert het zodoende de door eiser veronderstelde bewijskracht.
10. Nu eiser de schadetaxatie van DRZ onvoldoende onderbouwd heeft weersproken, is het gelijk wat betreft de omvang van de in aanmerking te nemen schade aan verweerder. Verweerder heeft dan ook terecht geen waardevermindering als gevolg van schade in aanmerking genomen.
Correctie in verband met ex-schade
11. Eiser staat een extra waardevermindering wegens schadeverleden voor van € 5.000. Voorop zij gesteld dat naar het oordeel van de rechtbank onder omstandigheden het schadeverleden van een voertuig een waardevermindering van dat voertuig kan rechtvaardigen. Een voertuig met een schadeverleden kan, ook na herstel, minder waard zijn dan een voertuig zonder schadeverleden. Een schadeverleden moet bij verkoop worden gemeld en is daarmee een omstandigheid welke de keuze van de consument kan beïnvloeden. Bij de vaststelling van een waardevermindering door een schadeverleden dient de normale gebruiksschade in verband met leeftijd en kilometerstand buiten beschouwing te worden gelaten.
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser aannemelijk gemaakt dat de auto fors beschadigd is geweest voordat hij op een zeker moment voorafgaande aan de door DRZ uitgevoerde hertaxatie is hersteld. Dit volgt uit de bij het taxatierapport van eiser gevoegde foto’s en schadecalculatie. In een situatie als hier voorligt, waarin sprake is van een auto van amper een jaar oud, zal een koper in verband met schadeverleden minder willen betalen dan voor eenzelfde auto zonder schadeverleden. De rechtbank ziet daarom aanleiding om voor de auto een aftrek wegens een schadeverleden toe te passen. Eiser heeft echter de door hem bepleite waardevermindering van € 5.000 niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank stelt daarom, gelet op de waarde van de auto, de aftrek wegens een schadeverleden in goede justitie vast op € 4.000.
13. Eiser stelt zich op het standpunt dat ten onrechte geen extra leeftijdskorting is toegepast omdat verweerder zeven dagen bij de aangiftedatum heeft opgeteld waardoor de tabelpercentages veranderen. Gelet op de gemotiveerde weerspreking van dat standpunt door verweerder, is de rechtbank van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat ten onrechte geen extra leeftijdskorting is toegepast.
Vermindering koerslijst EuroTax XchangeNet
14. Eiser heeft nog aangevoerd dat de waarde van de auto in onbeschadigde staat moet worden verminderd op basis van de koerslijst van EuroTax XchangeNet met toepassing van de correctiefactoren ‘markt- en dealersituatie’. De rechtbank is van oordeel dat deze stelling die eerst ter zitting door eiser is ingenomen, als tardief buiten beschouwing dient te worden gelaten. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verweerder in reactie op deze stelling onder andere heeft verklaard een berekening te moeten maken om de door eiser gestelde vermindering te kunnen controleren en dat eiser in zijn beroepschrift nog expliciet heeft gesteld dat de waarde van de auto in onbeschadigde staat niet in geschil is. Niet duidelijk is waarom de nieuwe stelling van eiser niet eerder in geding kon worden gebracht.
Conclusie hoogte naheffingsaanslag
15. Uitgaande van de handelsinkoopwaarde in het DRZ-rapport vóór aftrek van schade van € 27.669, een waardevermindering in verband met schade van € 0 en een waardevermindering in verband met een schadeverleden van € 4.000, bedraagt de handelsinkoopwaarde na aftrek van (ex-)schade € 23.669. De historische nieuwprijs is volgens het DRZ-rapport € 46.564. De afschrijving bedraagt derhalve 49,17%. Het door eiser verschuldigde BPM-bedrag bedraagt (50,83% van het historische bruto BPM bedrag van € 8.311) € 4.234. Rekening houdende met het door eiser op aangifte betaalde bedrag van € 828 dient de naheffingsaanslag te worden verminderd tot € 3.406.
16. Gelet op de vermindering van de naheffingsaanslag dient het beroep gegrond te worden verklaard.
19. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.333 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 265, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 1).
1. Artikel 10, eerste lid, van de Wet BPM.
2 Artikel 10, tweede lid, van de Wet BPM.
3 Niet zijnde een schadevoertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel u, van de Wegenverkeerswet 1994.
4 Artikel 10, achtste lid, van de Wet BPM.