Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 17 mei 2023
Stichting [X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van Belastingen Bollenstreek, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Waarde onroerende zaak
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, gebruiker van een woonzorgcentrum, stelde dat de waardering van het woonzorgcentrum voor de jaren 2019 en 2020 te hoog was vastgesteld door de Heffingsambtenaar. De kern van het geschil betrof de correctie voor technische veroudering, waarbij belanghebbende betoogde dat de restwaarden voor ruwbouw, afbouw en installaties in afwijking van de Taxatiewijzer Verzorging op 5% moesten worden gesteld.
De Rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waardering niet te hoog was, mede door het gebruik van de Taxatiewijzer Verzorging, die is gebaseerd op marktgegevens en als betrouwbaar hulpmiddel geldt.
Belanghebbende had onvoldoende onderbouwing geleverd voor de afwijking van de restwaarden, mede omdat haar analyse was gebaseerd op een ander type onroerende zaak en geen adequate verklaring bevatte. Ook de stelling dat een groter deel van de waarde aan woondelen toebehoorde, werd niet aannemelijk gemaakt.
Het Hof concludeerde dat de aanslagen terecht waren vastgesteld en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waardering van het woonzorgcentrum wordt bevestigd.