ECLI:NL:GHDHA:2023:1116
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J.M. van der Weijden
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verliesverrekening houdsterverliezen niet toegestaan met niet-houdsterwinsten
Belanghebbende, voorheen een B.V., maakte bezwaar tegen aanslagen vennootschapsbelasting 2017 en 2018 en de daarbij behorende verliesverrekeningsbeschikkingen. De Inspecteur had houdsterverliezen uit 2011 en 2012 vastgesteld die onherroepelijk waren geworden omdat er geen bezwaar tegen was gemaakt. Belanghebbende verrekende deze houdsterverliezen met winsten uit 2017 en 2018, wat de Inspecteur niet accepteerde.
De Rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het Hof overwoog dat de verliesvaststellingsbeschikkingen uit 2011 en 2012 formele rechtskracht hebben en niet meer inhoudelijk kunnen worden aangevochten. Bovendien is verrekening van houdsterverliezen alleen toegestaan met houdsterwinsten, en die waren er in 2017 en 2018 niet.
Belanghebbendes beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de wettelijke regeling dwingendrechtelijk is en de Inspecteur geen ruimte heeft voor belangenafweging. Ook een ambtshalve herziening van de verliesvaststellingsbeschikkingen was niet mogelijk vanwege de verstreken termijn. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.