Belanghebbende diende BPM-aangiften in voor vier auto’s, waaronder een Opel Mokka X (auto 3). De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op, die deels werd verminderd door de rechtbank. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond voor auto’s 1, 2 en 4 en ongegrond voor auto 3, en kende een vergoeding voor immateriële schade en proceskosten toe.
In hoger beroep betwistte belanghebbende de vaststelling van de handelsinkoopwaarde voor auto 3, stellende dat een lagere waarde op basis van een koerslijst AutotelexPro (Marge) moest gelden. Het Hof oordeelde dat belanghebbende de koerslijst onjuist had ingevuld door een totaalsom voor opties te gebruiken in plaats van specificatie, waardoor de door de Inspecteur gebruikte waardering juist bleef.
Het Hof bevestigde de rechtbankuitspraak over de naheffingsaanslag en belastingrente, maar corrigeerde de proceskostenvergoeding in beroep naar een hoger forfaitair tarief vanwege discriminatie in eerdere jurisprudentie. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 3.049, inclusief vergoeding voor bezwaar, beroep en hoger beroep. Het griffierecht in hoger beroep werd aan belanghebbende terugbetaald.
De uitspraak werd op 27 juli 2023 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag, waarbij partijen werden aangetekend en de mogelijkheid tot cassatie werd gewezen.