ECLI:NL:RBZWB:2024:1177
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en toepassing herleidingsmethode bij Audi Q3
Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 2.117 opgelegd door de inspecteur, die een hogere BPM vaststelde dan de door belanghebbende opgegeven waarde. De rechtbank heeft op 31 januari 2024 de zaak behandeld en beoordeelt of de aanslag terecht is opgelegd.
De kern van het geschil betreft de toepasbaarheid van de door belanghebbende voorgestelde herleidingsmethode, de vaststelling van de historische nieuwprijs, de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat, de waardevermindering wegens schade en het beroep op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank volgt de inspecteur in zijn standpunt dat de naheffingsaanslag niet te hoog is en dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast zoals voorgesteld door belanghebbende.
De rechtbank stelt vast dat de historische nieuwprijs juist moet worden bepaald aan de hand van de netto catalogusprijs van een referentieauto uit de koerslijst, vermeerderd met BTW en de historische bruto BPM. De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat wordt vastgesteld op € 27.707, conform het taxatierapport, en de inspecteur heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze waarde verhoogd moet worden.
Ten aanzien van de schade wijst de rechtbank erop dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd dat sprake is van meer dan normale gebruikersschade. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de inspecteur de schade niet expliciet heeft beoordeeld of goedgekeurd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM.