Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 7 september 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Oordeel van de Rechtbank
Bron van inkomen
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat haar activiteiten als psychotherapeut in een eenmanszaak en maatschap een bron van inkomen vormen, zodat de negatieve resultaten als verlies uit onderneming in aanmerking genomen moeten worden. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat gezien de reeks negatieve resultaten geen objectieve voordeelsverwachting bestaat.
De Rechtbank oordeelde dat hoewel belanghebbende deelnam aan het economisch verkeer en voordeel beoogde, zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij in 2017 en 2018 redelijkerwijs positieve opbrengsten kon verwachten. De rechtbank stelde dat bij structurele verliezen de bewijslast bij belanghebbende ligt om feiten aan te dragen die een positieve verwachting ondersteunen, wat niet was gebeurd.
Het Gerechtshof onderschreef dit oordeel en merkte op dat belanghebbende ook in hoger beroep geen onderbouwing had geleverd, zoals een ondernemingsplan, om de objectieve voordeelsverwachting aannemelijk te maken. De structurele negatieve resultaten en het ontbreken van winstaangiften na 2018 ondersteunen dit oordeel. Ook de vermelding van belanghebbende in de Fraude Signalering Voorziening en projectcode 1043 leidde niet tot een andere conclusie.
Daarom zijn de aanslagen en de afwijzing van de verliezen uit onderneming terecht. De zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling zijn niet van toepassing. De belastingrente is correct berekend en er is geen aanleiding voor immateriële schadevergoeding of proceskostenveroordeling. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de activiteiten van belanghebbende geen bron van inkomen vormen en verklaart het hoger beroep ongegrond.