ECLI:NL:GHDHA:2023:2064
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde hotel en afwijzing vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, gebruiker van een hotel met 41 kamers en bijbehorende faciliteiten, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €4.014.000 voor het kalenderjaar 2020. De Heffingsambtenaar onderbouwde deze waarde met een waarderapport gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode volgens de Taxatiewijzer Hotels 2019. De Rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde de waarde.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat zij recht had op een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was, mede omdat de gebruikte methodiek en onderliggende gegevens controleerbaar en marktconform waren. Argumenten van belanghebbende, zoals bodemdaling, palenpest en gevolgen van de coronapandemie, werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing of niet-relevante waardepeildatum.
Ten aanzien van de immateriële schade stelde het Hof vast dat de redelijke termijn met circa drie maanden was overschreden, maar dat de coronapandemie geen bijzondere omstandigheid vormde die deze termijn verlengde. Bovendien wees het Hof het verzoek af omdat de volmacht van belanghebbende inhield dat een eventuele vergoeding niet ten goede zou komen aan belanghebbende zelf, maar aan de gemachtigde. De proceskosten werden niet toegewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €4.014.000 en wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.