ECLI:NL:GHDHA:2023:2318
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- R.M. Hermans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarden winkels en afwijzing immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende is eigenaar van twee winkelpanden die door de Heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk zijn gewaardeerd voor het kalenderjaar 2020. De waardebepaling vond plaats op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij vergelijkingsobjecten en een bruto kapitalisatiefactor werden gebruikt.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van immateriële schade af, mede vanwege de bijzondere omstandigheden rondom de coronacrisis die de redelijke termijn verlengden. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Gerechtshof overwoog dat de Heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. De gehanteerde huurwaarden en kapitalisatiefactor vielen binnen de bandbreedte van vergelijkingsobjecten. De coronacrisis werd niet als bijzondere omstandigheid aangemerkt die de redelijke termijn verlengt, omdat partijen niet in de periode van sluiting van gerechtsgebouwen waren uitgenodigd voor zitting.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat de volmacht aan de gemachtigde een cessie van vorderingen omvatte die niet eenzijdig ongedaan kan worden gemaakt, waardoor de vergoeding niet het belang van belanghebbende dient. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarden en wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.