De werknemer trad in 1990/1991 in dienst en had tot 1 juni 2001 een eindloonpensioenregeling. Op die datum werd deze regeling gewijzigd in een beschikbare premieregeling, gevolgd door een waardeoverdracht op 1 oktober 2001. De werknemer vorderde schadevergoeding wegens vermeende tekortkomingen van de werkgever bij deze wijziging.
De kantonrechter wees de vordering af wegens verjaring, en het hof bekrachtigt dit vonnis op inhoudelijke gronden. Het hof stelt vast dat de werknemer heeft ingestemd met de wijziging, zoals blijkt uit een ondertekend keuzeformulier en interne documenten. Daarnaast is gebleken dat de werkgever de werknemers uitgebreid heeft geïnformeerd via brieven, bijeenkomsten en persoonlijke gesprekken.
Hoewel de werknemer stelt onvoldoende geïnformeerd te zijn over de risico’s van de nieuwe regeling en waardeoverdracht, acht het hof dit niet aannemelijk. De werknemer heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de werkgever tekort is geschoten in haar zorgplicht. De vorderingen worden daarom afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.