5.3.Naar volgt uit de door de Heffingsambtenaar overgelegde waardematrix, is de waarde van de woning bepaald met behulp van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn. Niet vereist is dat de vergelijkingsobjecten identiek zijn aan de woning. Vereist is dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn, mits de Heffingsambtenaar bij de bepaling van de waarde voldoende rekening heeft gehouden met de onderlinge verschillen.
5.4.1.De Heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning, na ambtshalve vermindering, vastgesteld op € 361.000 en hierbij verwezen naar de opbrengst van de vergelijkingsobjecten [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] . De Heffingsambtenaar heeft ook een drietal door belanghebbende aangedragen vergelijkingsobjecten in zijn beoordeling meegenomen: [adres 7] , [adres 8] en [adres 9] . Tussen partijen is niet in geschil dat de vergelijkingsobjecten bruikbare objecten zijn ter bepaling van de waarde van de woning.
5.4.2.Uit de gedingstukken volgt dat de Heffingsambtenaar de prijs per kubieke meter heeft bepaald en vervolgens hierop een correctie van 5 percent per punt heeft toegepast indien de aan de vergelijkingsobjecten toegekende factoren voor kwaliteit/luxe en onderhoudstoestand afwijken van gemiddeld (‘3’). Dat de woning van belanghebbende in deze opzichten gemiddeld is, is niet in geschil. Voor kwaliteit/luxe is aan de vergelijkingsobjecten [adres 2] en [adres 3] de factor ‘5’ (uitstekend/gerenoveerd) toegekend, is aan het vergelijkingsobject [adres 7] de factor ‘2’ (matig) toegekend, is aan het vergelijkingsobject [adres 8] de factor ‘4’ (goed) toegekend, terwijl aan de overige vergelijkingsobjecten en de woning de factor ‘3’ (gemiddeld) is toegekend. Voor onderhoud is aan het vergelijkingsobject [adres 3] de factor ‘5’ toegekend; alle andere vergelijkingsobjecten hebben factor ‘3’. De Heffingsambtenaar is van mening dat alle vergelijkingsobjecten qua ligging vergelijkbaar zijn. De gemiddelde prijs per kubieke meter van de in de waardematrix genoemde vergelijkingsobjecten, gecorrigeerd voor de factoren kwaliteit/luxe en onderhoud, ligt hoger dan de in de waardematrix gehanteerde prijs per kubieke meter van de woning.
5.4.3.Naar het oordeel van het Hof heeft de Heffingsambtenaar met de gegevens uit de matrix aannemelijk gemaakt dat bij de waardering van de woning voldoende rekening is gehouden met de verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de woning, en dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.
5.5.1.Hetgeen belanghebbende daartegenover heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel. Belanghebbende komt op basis van een waardering van dezelfde vergelijkingsobjecten (met uitzondering van het vergelijkingsobject [adres 3] , waarvan het gebruik en de waarde door belanghebbende niet worden betwist) tot een andere waardering. Dit komt omdat belanghebbende anders aankijkt tegen de invloed op de waardering van de ligging van de vergelijkingsobjecten, de verschillen in bouwvolume en de verschillen in kwaliteit van een aantal van de vergelijkingsobjecten.
5.5.2.Ten aanzien van de ligging stelt belanghebbende zich op het standpunt dat de Heffingsambtenaar onvoldoende rekening heeft gehouden met de ligging van de woning, aan een drukke weg en boven een supermarkt. De Heffingsambtenaar heeft gesteld dat in de waardering geen onderscheid gemaakt hoeft te worden ten aanzien van de ligging van de beide vergelijkingsobjecten, omdat de vergelijkingsobjecten in het appartementencomplex aan de [straatnaam 2] gelegen zijn aan een van de drukste doorgaande wegen in [woonplaats] , vanwege de doorvoer naar de A4 en de A13, waar een maximumsnelheid geldt van 50 km per uur. Ter hoogte van de [straatnaam 1] is volgens de Heffingsambtenaar sprake van een 30 km zone, winkels en betaald parkeren. Voor zover de vergelijkingsobjecten aan de [straatnaam 1] overlast ervaren van de drukte van de weg en de ligging boven een supermarkt zijn deze factoren volgens de Heffingsambtenaar verdisconteerd in de gebruikte verkoopprijzen. Het Hof volgt de Heffingsambtenaar in zijn, door belanghebbende niet weersproken, betoog dat de ligging geen onderscheidende factor is in de waardering van de vergelijkingsobjecten, omdat, voor zover er verschillen in ligging zijn, de voor-en de nadelen daarvan naar het oordeel van het Hof tegen elkaar opwegen, althans niet zodanig zijn dat daar een objectief bepaalbaar verschil in waardering aan kan worden toegekend.
5.5.3.Ten aanzien van het verschil in bouwvolume past belanghebbende op de door hem aangedragen vergelijkingsobjecten een waardevermindering van 12 percent toe, omdat deze 94m3 minder bouwvolume hebben dan de andere vergelijkingsobjecten. De enige onderbouwing die belanghebbende hiervoor geeft is te vinden in het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg waar belanghebbende opmerkt dat een object dat een kwart groter is de helft van dat percentage lager gewaardeerd moet worden. Naar het oordeel van het Hof is deze onderbouwing onvoldoende om rekening te houden met de door belanghebbende bepleitte afslag op de waardering.
5.5.4.Ten aanzien van het onderdeel ‘kwaliteit’ van de KOLDU-factoren (Kwaliteit, Onderhoud, Luxe, Doelmatigheid en Uitstraling), met welk onderdeel volgens het taxatierapport wordt bedoeld de bouwkundige kwaliteit van het casco waaronder de fundering, vloeren, gevels en het dak, wijkt belanghebbendes inzicht af van dat van de Heffingsambtenaar ten aanzien van de vergelijkingsobjecten [adres 5] en [adres 6] . Belanghebbende kent een hogere kwaliteit toe aan deze objecten dan de Heffingsambtenaar, die de kwaliteit met een factor ‘3’ als gemiddeld beoordeeld. Uit hetgeen belanghebbende - in zijn beroepschrift in eerste aanleg en in de overgelegde stamkaarten - als toelichting op de KOLDU-factoren heeft aangedragen kan echter niet worden afgeleid waarom deze objecten een betere kwaliteit hebben. Het Hof is dan ook van oordeel dat deze omstandigheid niet kan bijdragen aan een lagere waardering dan de Heffingsambtenaar voorstaat.
5.5.5.Ten slotte stelt belanghebbende dat de verkoopinformatie van [adres 10] (verkocht op 28 mei 2021 voor € 377.000) in combinatie met het Rapport prijsontwikkeling woningen van Vastgoedpro, de door hem voorgestelde waarde onderbouwt. Het Hof overweegt dat bij het hanteren van vergelijkingsobjecten doorgaans als regel geldt dat de verkoopdatum van een object niet meer dan één jaar vóór of na de waardepeildatum ligt. Hoewel hiervan onder omstandigheden kan worden afgeweken, dient daar naar het oordeel van het Hof aan voorbij te worden gegaan indien, zoals in onderhavige zaak, er verkoopcijfers van voldoende vergelijkbare objecten van rond de waardepeildatum beschikbaar zijn.