Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het verzoekschrift in hoger beroep, ingekomen op de griffie van het hof op 21 december 2022, waarmee [verzoeker] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter Rotterdam van 21 september 2022, met bijlagen;
- het verweerschrift in hoger beroep, ingekomen op de griffie van het hof op 2 maart 2023, met bijlagen.
3.Feiten en procedure bij de kantonrechter
samenrichting klanten, waardoor hij niet de verbindende schakel is tussen de klantorganisatie en de bij de opdracht betrokken teamleden.
4.Beoordeling in hoger beroep
5.Beslissing
- vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de kantonrechter Rotterdam van 21 september 2022 voor zover daarbij het verzoek tot toekenning van een vergoeding bedoeld in art. 7:671b lid 8 BW is afgewezen en in zoverre opnieuw rechtdoende;
- veroordeelt Finalist tot betaling aan [verzoeker] van een bedrag van € 7.600,- bruto aan vergoeding bedoeld in art. 7:671b lid 8 BW;
- bekrachtigt de beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige;
- veroordeelt Finalist in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot op € 783,- aan verschotten en € 2.366,- aan salaris advocaat;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.