ECLI:NL:GHDHA:2024:1661
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag bpm na correctie handelsinkoopwaarde en geen schending vertrouwensbeginsel
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag bpm opgelegd van €6.058, die na bezwaar werd verminderd tot €5.885. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de naheffingsaanslag onterecht was opgelegd en dat de handelsinkoopwaarde van de auto te hoog was vastgesteld, mede vanwege schade en het huurverleden van de auto.
Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag binnen de wettelijke termijn van vijf jaar was opgelegd, waardoor het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. De rechtbank had terecht geen rekening gehouden met schade die de auto had, omdat essentiële gebreken hersteld waren en een taxatierapport met schade niet geschikt is voor bpm-aangifte. Belanghebbende mocht echter overstappen op de koerslijstmethode met toepassing van de correctiefactoren ‘markt- en dealersituatie’ op basis van een historische uitdraai van de Eurotaxglass’s koerslijst.
Het hof stelde de handelsinkoopwaarde vast op €30.837 en de naheffingsaanslag op €5.669. Tevens veroordeelde het hof de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en eerdere uitspraken vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag bpm wordt verminderd tot €5.669 en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.