Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 16 januari 2024
de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan den Rijn, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Objectafbakening
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een restaurant, vastgesteld op €618.000 per 1 januari 2020 met een toestandsdatum van 1 januari 2021. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de Rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het geschil betrof de objectafbakening en de waardebepaling van het restaurant, waarbij belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat het object ten onrechte als afzonderlijk werd aangemerkt. Het Hof oordeelde dat de objecten terecht als afzonderlijk zijn aangemerkt vanwege verschillende eigenaren en dat de waardebepaling, gebaseerd op een taxatierapport met de huurwaardekapitalisatiemethode, voldoende onderbouwd was.
Het Hof nam de bijzondere omstandigheden van de coronapandemie in acht, waaronder een correctie op de waarde en een leegstandsrisico van 10%. De door belanghebbende aangevoerde betwistingen over huurwaarde, kapitalisatiefactor en het ontbreken van aanvullende documenten faalden. De aanmelding van de eigenaar als partij werd niet gehonoreerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €618.000 bevestigd.