Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 8 mei 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 218,75;
- draagt verweerder op de vergoeding en de proceskosten te betalen op een bankrekening die op naam staat van eiser;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 184 aan eiser te vergoeden;
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van de wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na datum van deze uitspraak, dan wel, indien dit een later gelegen datum is, vier weken na de datum waarop opgaaf is gedaan van een bankrekening op naam van eiser.”
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank;
- tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar;
- primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag, en
- subsidiair tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 2.263.
Beoordeling van het hoger beroep
-uitstoot
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent de vergoeding van immateriële schade en het griffierecht en de bepaling van de termijn voor wettelijke rente daarover;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 2.263;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.561,50;
- gelast de Inspecteur het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 279 te vergoeden; en
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak.