Belanghebbende betaalde €15.083 BPM voor een gebruikte Porsche Cayenne en maakte bezwaar tegen dit bedrag. De Inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde maar wel immateriële schade en griffierecht vergoedde.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de Nederlandse rechters niet bevoegd zijn het Unierecht uit te leggen en dat het griffierecht een belemmering vormt. Het Hof oordeelde dat de rechtbank en het Hof bevoegd zijn het Unierecht uit te leggen en niet verplicht zijn prejudiciële vragen te stellen. Het griffierecht vormt geen belemmering omdat het is voldaan en er geen verzoek tot matiging is gedaan.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende feiten had gesteld voor een lagere BPM op basis van ex-rental status of lagere CO2-uitstoot. Wel werd een extra leeftijdskorting van €344 toegekend. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken en gelastte terugbetaling van dit bedrag, stelde proceskosten vast op €3.561,50 en vergoedde het betaalde griffierecht van €559. De termijn voor wettelijke rente begint vier weken na deze uitspraak.