Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (mrb) en een verzuimboete omdat hij geen mrb had betaald over de periode van 25 mei 2022 tot en met 26 november 2022 voor een in het buitenland geregistreerde Lamborghini. Tijdens een politiecontrole op 27 november 2022 werd vastgesteld dat belanghebbende de auto feitelijk ter beschikking had, ook al voerde hij aan dat hij de auto slechts kort had geleend en niet als bestuurder had gereden.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat hij terecht als houder van het motorrijtuig was aangemerkt. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij niet de houder was en dat de naheffingsaanslag en verzuimboete onterecht waren opgelegd. Het Hof nam kennis van getuigenverklaringen en een e-mail met identiteitsbewijzen van een andere persoon, maar vond deze onvoldoende om de houderstatus van belanghebbende te betwisten.
Het Hof bevestigde dat het feitelijk ter beschikking hebben van de auto, ook al was deze geparkeerd, voldoende is om als houder te worden aangemerkt. De naheffingsaanslag was correct berekend en de verzuimboete passend en geboden, aangezien belanghebbende geen feiten had gesteld die wijzen op afwezigheid van alle schuld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bekrachtigd.