ECLI:NL:GHDHA:2025:2324
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- T.A. de Hek
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing hoger beroep tegen aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een parterre-portiekflat in Den Haag waarvan de WOZ-waarde voor 2022 is vastgesteld op €438.000. Tegen deze beschikking en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de Rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stelt belanghebbende dat de heffingsambtenaar zijn informatieverplichting heeft geschonden door onvoldoende inzage te geven in de gebruikte gegevens, dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd en dat de waarde van de woning te hoog is vastgesteld. Het Gerechtshof overweegt dat de heffingsambtenaar aan zijn informatieverplichting heeft voldaan, onder meer door het toezenden van het taxatieverslag en relevante correctielijsten. De waardering is gebaseerd op vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar zijn en waarbij rekening is gehouden met verschillen zoals de matige onderhoudstoestand en gedateerde voorzieningen.
Belanghebbende heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om een lagere waarde aannemelijk te maken. Ook is geen sprake van schending van het inzagerecht of het motiveringsbeginsel. De waarde van €438.000 wordt als niet te hoog vastgesteld en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €438.000 bevestigd.