Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 14 januari 2025
[X] B.V, gevestigd te [Z] , belanghebbende,
de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid), de Minister,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
SGR 23/7369 ongegrond te worden verklaard.
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze ziet op de vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt de Heffingsambtenaar tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de Minister tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de Heffingsambtenaar tot vergoeding aan belanghebbende van de in hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 226,75;;
- veroordeelt de Minister tot vergoeding aan belanghebbende van de in hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 226,75;
- gelast de Heffingsambtenaar en de Minister het door belanghebbende in hoger beroep betaalde griffierecht van € 559 aan haar te vergoeden, waarbij ieder van hen de helft (279,50) betaalt.