Belanghebbende parkeerde op 9 augustus 2022 op een parkeerterrein zonder het kenteken aan te melden, waardoor geen parkeerbelasting werd voldaan. De Heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van €66,80, bestaande uit parkeerbelasting en kosten.
De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de borden ter plaatse duidelijk maakten dat het kenteken ingevoerd moest worden om gratis te parkeren gedurende de eerste 24 uur. Belanghebbende stelde dat de website onduidelijk was en dat het niet invoeren van het kenteken niet als voorwaarde voor gratis parkeren gold.
Het Hof Den Haag volgde de Rechtbank en bevestigde dat de verplichting tot kentekenregistratie adequaat was geregeld en duidelijk op borden stond vermeld. Omdat belanghebbende niet aan deze voorwaarde voldeed, was de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Ook een beroep op afwezigheid van opzet of schuld faalde omdat parkeerbelasting een objectieve belasting is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.