De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning vast op €600.000 voor het jaar 2022 en legde een OZB-aanslag op. Belanghebbende maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende af. Vervolgens stelde [Y], als vermeend gemachtigde van belanghebbende, hoger beroep in.
Het Hof verzocht [Y] om een recente volmacht (niet ouder dan zes maanden) en een kopie van een geldig identiteitsbewijs, omdat de overgelegde volmacht uit 2022 was en er gerede twijfel bestond over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. [Y] reageerde niet op dit verzoek en leverde geen nieuwe volmacht aan.
Het Hof oordeelde dat zonder recente volmacht het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Dit volgt uit de noodzaak om te waarborgen dat de gemachtigde daadwerkelijk bevoegd is om namens belanghebbende op te treden. Het Hof wees erop dat een doorlopende volmacht kan zijn beëindigd zonder dat het Hof daarvan op de hoogte is. Daarom is het verzoek om een recente volmacht gerechtvaardigd.
Omdat [Y] niet voldeed aan dit verzoek, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Den Haag op 17 december 2025.