ECLI:NL:GHDHA:2024:1985
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente schriftelijke machtiging in WOZ-zaak
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2021 vast op €748.000 voor het jaar 2022 en legde een aanslag onroerendezaakbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Tegen deze uitspraak stelde [Y] namens belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof.
Tijdens de procedure vroeg het hof om een recente schriftelijke machtiging van [Y] om te verifiëren dat hij bevoegd was belanghebbende te vertegenwoordigen. De overgelegde machtiging was van februari 2022 en gericht op WOZ-zaken 2024, niet op 2022. Ondanks verzoeken werd geen recente machtiging voor de onderhavige procedure overgelegd.
Het hof oordeelde dat hierdoor twijfel bestaat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De inhoudelijke beoordeling van de WOZ-waarde en andere geschilpunten werd niet behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging.