ECLI:NL:GHDHA:2025:537
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente volmacht in WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de WOZ-waarde en daaraan gerelateerde aanslagen voor het jaar 2022. Belanghebbende werd vertegenwoordigd door [Y], die een volmacht overlegde gedateerd 31 maart 2022.
Het Hof heeft echter een recente volmacht gevraagd, niet ouder dan zes maanden voor het instellen van het hoger beroep, vanwege twijfels over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Ondanks toezeggingen heeft [Y] geen nieuwe volmacht en identiteitsbewijs overgelegd.
Op grond van artikel 8:24 lid 2 Awb Pro en jurisprudentie is het Hof bevoegd een nieuwe machtiging te verlangen. Het uitblijven hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het Hof wijst erop dat een doorlopende volmacht kan zijn beëindigd zonder kennisgeving, waardoor het belang bestaat om zekerheid te verkrijgen over de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 13 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente volmacht en identiteitsbewijs.