Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 3 april 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Delft, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Vooraf over het verweerschrift
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende parkeerde op 11 april 2022 zonder geldige vergunning of betaling op een locatie in Delft, waarna de Heffingsambtenaar een naheffingsaanslag oplegde van €62, waarvan €61 aan kosten.
De rechtbank oordeelde dat de kostenraming van de gemeente, gebaseerd op een geraamd aantal naheffingsaanslagen van 40.000, redelijk en voldoende onderbouwd was. De kostenposten, bestaande uit vaste en variabele informatieverwerkingskosten, afschrijving, interest, personeels- en overheadkosten, zijn volgens het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen toegestaan en hangen voldoende samen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen.
Belanghebbende voerde aan dat de kosten te hoog waren vastgesteld en dat bepaalde posten niet rechtstreeks verband hielden met de inning. Het hof bevestigt echter dat de kosten meer dan zijdelings verband houden met de inning en dat de raming van het aantal naheffingsaanslagen niet onredelijk is, mede gezien de onzekerheden door de COVID-19-pandemie.
Het hof wijst ook het bezwaar af dat het verweerschrift te laat was ingediend en benadrukt dat belanghebbende niet in zijn procespositie is benadeeld. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.