ECLI:NL:GHDHA:2026:135
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- R.A. Bosman
- W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen belastingaanslagen
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2008 met diverse voorzieningen en een gebruiksoppervlakte van circa 463 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2022 vast op € 2.092.000, wat leidde tot aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de Rechtbank, die de aanslagen handhaafde.
In hoger beroep bij het Gerechtshof werd allereerst de ontvankelijkheid van het beroep aan de orde gesteld. Het hof oordeelde dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde voldoende was aangetoond, waardoor het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens werd de vraag beoordeeld of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld.
De heffingsambtenaar had de waarde bepaald met een systematische vergelijkingsmethode aan de hand van marktgegevens van vergelijkbare woningen in dezelfde wijk. Het hof vond dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat de correcties voor verschillen, waaronder het afnemend grensnut, adequaat waren toegepast. De door belanghebbende aangevoerde bezwaren, zoals de omvang van de woning en ligging nabij een school en speeltuin, konden het oordeel niet wijzigen.
Het hof concludeerde dat de waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de Rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd op € 2.092.000.