Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 14 januari 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Waarde van de woning
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning uit 1933 met diverse aanbouwen en een perceel van circa 212 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het jaar 2022 vast op €411.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en de daaraan gekoppelde aanslagen, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank, die eveneens het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep betwist belanghebbende opnieuw de vastgestelde waarde en stelt dat de woning een lagere waarde van €388.000 moet krijgen vanwege onder meer een slechte ligging, geluidsoverlast door nabijgelegen industrie, privacyproblemen en matige isolatie. Het Gerechtshof oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door toepassing van een systematische vergelijkingsmethode met vergelijkbare woningen in dezelfde wijk en bouwperiode.
Het hof wijst de stellingen van belanghebbende af, omdat de slechte ligging reeds is meegenomen in de laagste waarderingsfactor, de isolatie vergelijkbaar is met die van de vergelijkingsobjecten en het waarderapport van belanghebbende onvoldoende onderbouwing biedt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €411.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.