Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 23 april 2026
[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
het bedrijfsmodeleruit bestaat dat (i) wordt opgetreden op basis van no cure no pay, (ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor wordt afgedragen, en (iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen. Aanwijzingen dat dit laatste het geval is, kunnen bijvoorbeeld worden gevonden in de omstandigheid dat vaak geheel of ten dele gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde tekstblokken die niet zijn toegespitst op de desbetreffende zaak. Gevallen die kennelijk niet deze kenmerken hebben, moeten in het licht van het doel van de regeling over proceskostenvergoedingen in de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm[2] worden aangemerkt als bijzondere gevallen in de zin van artikel 30a, leden 1 en 2, van de Wet WOZ, met als gevolg dat in die gevallen geen aanleiding bestaat tot vermenigvuldiging van de op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) berekende forfaitaire vergoeding met de factor 0,25 of 0,10.[3]
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het geschil
“Artikel 3.1: Kosten controle voor bezwaarfase
Artikel 3.2: Kosten controle voor beroep, hoger beroep- of cassatiefase
Artikel 3.3: Verbod op winst
Artikel 5: Ambtshalve Pro verzoek
Hof: ECLI:NL:HR:2025:46] heeft de Hoge Raad onder verwijzing naar het doel van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm (hierna: de WHpkv) overwogen dat de wetgever met de beperkingen van proceskostenvergoedingen in de WHpkv het oog heeft gehad op gevallen die zich daardoor kenmerken dat aan de belanghebbende rechtsbijstand wordt verleend door een beroepsmatig optredende gemachtigde, dan wel een kantoor, waarvan het bedrijfsmodel eruit bestaat dat (i) wordt opgetreden op basis van no cure no pay, (ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor wordt afgedragen, en (iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen.
Tussen 1 januari 2020 en 20 september 2023 bedroeg de instapvergoeding tussen de € 125 en € 265, exclusief omzetbelasting. Vanaf 20 september 2023, het moment waarop de gemachtigde kennisnam van het wetsvoorstel van de WHpkv, rekent de gemachtigde een instapvergoeding van € 750 exclusief omzetbelasting, behoudens in een verwaarloosbaar aantal uitzonderingsgevallen. Volgens belanghebbende kan van zo’n hoog bedrag niet worden gezegd dat de klant géén risico loopt bij het geven van de opdracht tot het verlenen van rechtsbijstand.
Voor de verder strekkende opvatting van de Staatssecretaris (neergelegd in de hiervoor in 2.2 bedoelde reactie) dat wanneer het bedrijfsmodel van de gemachtigde zo is vormgegeven dat de winstgevendheid of het voortbestaan van het bedrijf volledig afhankelijk is van bedragen aan proceskostenvergoedingen en vergoedingen van immateriële schade, dat bedrijfsmodel op één lijn moet worden gesteld met optreden op basis van no cure no pay, valt geen steun te ontlenen aan de totstandkomingsgeschiedenis van de WHpkv.
Een instapvergoeding van € 750 exclusief omzetbelasting per betrokken auto is niet dusdanig laag dat kan worden gesproken van rechtsbijstandverlening op een grondslag die in wezen overeenkomt met rechtsbijstandverlening op basis van no cure no pay. Bij een instapvergoeding ter hoogte van dit bedrag staat vast dat klanten van de gemachtigde financieel risico lopen bij het inschakelen van de gemachtigde voor het voeren van een procedure. Daaraan staat niet in de weg dat de klant van de gemachtigde – de belanghebbende in een bpm-procedure – vooraf ermee heeft ingestemd dat een eventuele vergoeding van proceskosten aan de gemachtigde toekomt.