3.1Het hof gaat uit van de volgende feiten:
Rover exploiteert sinds 2023 een cafetaria, bestaande uit een snackbar en een café. [eigenaar] is enig aandeelhouder en bestuurder van Rover. Hij wordt bijgestaan door zijn vader, [vader eigenaar].
[verweerster] is op 1 mei 2023 bij Rover in dienst getreden als horecamedewerkster voor de snackbar. Zij werkte 15 uur per week tegen een salaris van € 1.454,32 bruto per maand.
De samenwerking tussen [verweerster] en [eigenaar] verliep moeizaam. Er is daarom op enig moment mondeling afgesproken dat [verweerster] alleen nog met [vader eigenaar] zou communiceren en niet meer met [eigenaar]. [eigenaar] zou geen contact opnemen met [verweerster].
Op vrijdag 17 januari 2025 is er door [eigenaar] namens de onderneming van [vader eigenaar] telefonisch een bestelling (10 patat, 10 frikadellen en 10 broodjes kroket) bij de snackbar geplaatst, die is aangenomen door een collega van [verweerster]. De bestelling zou eind van de middag worden opgehaald door [eigenaar]. De collega heeft de bestelling doorgegeven aan [verweerster].
[verweerster] heeft geweigerd de bestelling te verwerken. [vader eigenaar] heeft hierop telefonisch contact opgenomen en heeft haar laten weten dat zij de bestelling moest uitvoeren. Direct daarop, om 16.39 uur, heeft [verweerster] zich via WhatsApp ziekgemeld bij [vader eigenaar].
[vader eigenaar] heeft om 16.43 uur via WhatsApp geantwoord:
“[verweerster] je krijgt een bestelling van [eigenaar] voor een vergadering bij mij op kantoor. Jij besluit is om deze niet uit te voeren wat betekent dat je werk weigert. Ik heb jou ook gevraagd deze bestelling uitbrengen voeren wat jij niet wil. Bij deze geef ik je de mogelijkheid om dit werk weer op te pakken, en niet ziek te melden zoals jij doet. Ben jij niet binnen 30 minuten aan het werk dan is dit de aanzegging voor ontslag op staande voet wegens werk weigering.”
Om 17.06 uur heeft [verweerster] als volgt gereageerd:
“Ik heb me eerder ziek gemeld dan dat jij met dit bericht komt dus dat geldt dan niet. Maandag ga ik contact opnemen met de arbo die hier vanaf weet en ik neem contact op met mijn rechtsbijstand.”
Diezelfde dag om 17.07 uur heeft [vader eigenaar] [verweerster] per e-mail op staande voet ontslagen. De e-mail luidt als volgt:
“Afgelopen middag, 17 januari 2025 omstreeks 16.45 uur, heeft u een bestelling ontvangen voor ca 10 patat, 10 frikandellen en 10 broodjes kroket. Deze bestelling is geplaatst door de eigenaar van Eterij Tapperij Rover waarop u heeft aangegeven deze bestelling niet te willen uitvoeren. Sterker nog, uw collega [collega] liet weten dat u deze bestelling niet ging bakken en dat het beter was deze bij de Plaza te regelen.
Ik heb nog per telefoon getracht dit met u te regelen en u op andere gedachte te brengen, echter u bent per direct van het werk vertrokken. Dit is werkweigering! Gezien het bovenstaande rest ons niet anders dan u ontslag op staande voet aan te zeggen vanwege het niet uitvoeren van opdrachten.”