Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 18 maart 2026
[X] B.V., te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Deskundigheid hertaxateur DRZ
i) de koerslijst Xray niet kan dienen omdat daarin een CO2-correctie als optie is opgenomen en ook daarin de Alpina opties niet zijn gespecificeerd wat zorgt voor snelle waardedaling, hetgeen ook blijkt een vergelijk met de koerslijst Autotelexpro van de deskundige van DRZ waar een duidelijke specificatie is gegeven. De koerslijst X-Ray kan dus niet tot uitgangspunt worden genomen, en
goedvergelijkbaar voertuig op de binnenlandse markt voorhanden is, is onjuist. Hetzelfde geldt voor haar stelling dat, indien het door gekozen voertuig niet voldoende vergelijkbaar is, verweerder dan met een koerslijst komen van een voertuig dat beter vergelijkbaar, en dat daar dan vanuit moet worden gegaan. Ook dat vindt geen steun in het recht. Het is nu eenmaal niet zo dat indien er geen goed vergelijkbaar voertuig voorhanden is – zoals hier dus – er dan maar moet worden uitgegaan van een niet goed vergelijkbaar voertuig, enkel omdat dit wel het meest vergelijkbare voertuig is. In zo’n geval is eenvoudigweg geen plaats voor toepassing van de koerslijstmethode.
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank behoudens de beslissingen omtrent de vergoeding van immateriële schade en het griffierecht;
- tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar;
- primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag;
- subsidiair tot vaststelling van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 47.516 (goedkoopste voertuig uit het marktonderzoek DRZ), de historische nieuwprijs op € 136.630, de verschuldigde bpm op € 8.661 en tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 2.521, en
- meer subsidiair tot vaststelling van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 51.525 (zoals vastgesteld in het rapport waardebepaling DRZ op basis van het marktonderzoek DRZ), de historische nieuwprijs op € 136.630, de verschuldigde bpm op € 9.391 en tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 3.251.
Beoordeling van het hoger beroep
Deze bewijslast(verdeling) geldt niet alleen wanneer de belastingplichtige die heeft gekozen voor gebruikmaking van de taxatiemethode, rechtsmiddelen aanwendt tegen een door hem op aangifte voldaan bedrag aan bpm, maar ook indien hij rechtsmiddelen aanwendt tegen een hem opgelegde naheffingsaanslag.
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing omtrent de vergoeding van immateriële schade;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 3.251;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 5.068, en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 944 aan griffierechten te vergoeden.