Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 25 maart 2026
[X] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert naheffingsaanslag I tot € 955 aan omzetbelasting, met dienovereenkomstige vermindering van de belastingrente, en vermindert boete I tot € 94;
- vermindert naheffingsaanslag II tot € 4.464 aan omzetbelasting, met dienovereenkomstige vermindering van de belastingrente, en vermindert boete II tot € 466;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.500;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot het bedrag van € 2.998;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiser te vergoeden.”
Feiten
“4.1.3 Beoordeling eigenbouwerschap en toepassing van de verleggingsregeling
4.1.3.1 Bedrijfsactiviteiten (projectontwikkeling)
'door [B.V. 3] gehanteerde opleveringsniveau'en aan referentieobjecten welke al door [B.V. 3] zijn verbouwd/gerenoveerd. Voor een nadere omschrijving van werkzaamheden bij de verbouwingen wordt verwezen naar de hoofdstuk 3 waarin een aantal projecten en de betrokkenheid van de belanghebbenden bij deze projecten uitgebreid is beschreven. Ten behoeve van deze werkzaamheden zijn door belanghebbenden aannemers ingehuurd om deze werkzaamheden van stoffelijke aard te verrichten. Uit de bovengenoemde omstandigheden en activiteiten van het samenwerkingsverband volgt het eigenbouwerschap en dit heeft tot gevolg dat de (onder)aannemers de verleggingsregeling moeten toepassen. De eerder genoemde uitzonderingen op de verleggingsregeling doen zich bij het samenwerkingsverband niet voor.
4.1.3.2 Geen opdracht van een opdrachtgever
4.1.3.3 Het werk behoort tot de normale bedrijfsuitoefening
"Hij is de technische man van ons tweeën. Vrijwel zijn gehele familie zit in de aannemerij. Hij is opgegroeid tussen architecten, ingenieurs en uitvoerders. [B] is theoretisch uitstekend onderlegd en door zijn praktijkervaring heeft hij een groot technisch inzicht. Hij kan een pand beoordelen op zijn huidige staat en de bouwkundige mogelijkheden. [B.V. 3] is zijn vermogen om overzicht te bewaren bij complexe projecten."Daarnaast blijkt de technische kennis van de heer [B] onder meer uit een door hem opgestelde zeer uitgebreide offerte in februari 2014 namens [B.V. 4] van een verbouwing van het pand [adres 3] te [woonplaats] voor een bedrag van ruim € 190.000. De offerte begint met:
"Beste […] en […] , In aansluiting op onze diverse besprekingen en gedane opname ter plaatse bevestigen wij de volgende werkzaamheden in uitvoering te zullen nemen en wel (...)".
"Vertrouwende u hiermee een passende aanbieding te hebben gedaan, Met
"Kosten volgens opgave toekomstige eigenaren circa € 30. 000, waarbij de werkzaamheden deels in eigen beheer en deels door derden, doch vaste relaties, worden uitgevoerd, waardoor het als reële schatting van de kosten wordt aangemerkt. Indien de werkzaamheden geheel door derden worden uitgevoerd, in opdracht van een particulier, worden de kosten geschat op € 45.000”Wij nemen gelet op het voornoemde aan dat belanghebbenden zich inhoudelijk bemoeien met de projecten. Verder merken wij op dat uit het gros van de taxatierapporten die zijn opgemaakt voorafgaand aan de verbouwing blijkt dat werkzaamheden deels in eigen beheer worden uitgevoerd. Het heeft er dus alle schijn van dat de feitelijk leiding bij belanghebbenden berust.
Oordeel van de Rechtbank
Ontvankelijkheid
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover daarin de naheffingsaanslagen en belastingrentebeschikkingen zijn verminderd;
- bevestigt de uitspraak op bezwaar voor zover daarin de naheffingsaanslagen en belastingrentebeschikkingen in stand worden gelaten.