ECLI:NL:GHLEE:2006:AY6285
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank over voorlopige aanslag inkomstenbelasting en proceskostenvergoeding
De inspecteur legde aan belanghebbende voor het jaar 2003 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting op met een arbeidskorting van €60, terwijl uit de loonheffing bleek dat €140 in aanmerking was genomen. Belanghebbende maakte bezwaar en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van kosten.
De inspecteur ging in hoger beroep en betwistte dat de voorlopige aanslag onrechtmatig was vastgesteld en voerde aan dat de rechtbank een onjuiste wegingsfactor gebruikte bij de proceskostenvergoeding. Belanghebbende stelde dat het oordeel van de rechtbank juist was en stelde incidenteel hoger beroep in om meerdere gronden te laten motiveren.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht de onrechtmatigheid aan de inspecteur toerekende vanwege het onvolledige papieren aangiftebiljet en het nalaten van de inspecteur om de loonbelastingkaart te raadplegen. Wel stelde het hof een lagere wegingsfactor vast voor de proceskostenvergoeding, waardoor de vergoeding werd verminderd. Het incidenteel hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende geen belang had bij verdere behandeling.
Het hof vernietigde het deel van de uitspraak over de proceskostenvergoeding, veroordeelde de inspecteur tot een lagere vergoeding van €362,25 en bevestigde de rest van de uitspraak van de rechtbank. De Staat der Nederlanden werd aangewezen als de rechtspersoon die de kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank over de proceskostenvergoeding, vermindert de vergoeding tot €362,25 en verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.