ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0523
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake gunning aanbesteding gladheidsbestrijding
De provincie Fryslân schreef een Europese openbare aanbesteding uit voor de gladheidsbestrijding op provinciale wegen, verdeeld in zeven percelen. Appellante, die al veertig jaar perceel 6 beheerde, schreef samen met een andere firma in als combinatie, waarbij zij de penvoerder was. De provincie wees de opdracht uiteindelijk toe aan een andere inschrijver met een lager bod.
Appellante stelde in eerste aanleg vorderingen in haar eigen naam en niet namens de combinatie, wat leidde tot niet-ontvankelijkheid. In hoger beroep trad zij op als gevolmachtigde van de combinatie, maar had dit niet in de inleidende dagvaarding vermeld. Het hof oordeelde dat deze wijziging in proceshoedanigheid niet is toegestaan, mede gelet op de strenge eisen voor duidelijkheid in dagvaardingen en het karakter van aanbestedingsprocedures.
Het verweer van misbruik van recht door de provincie werd verworpen. Het hof concludeerde dat appellant niet ontvankelijk is in hoger beroep en veroordeelde haar in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van correcte procesvertegenwoordiging en het tijdig vermelden van de hoedanigheid waarin wordt geprocedeerd.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens onduidelijkheid over de proceshoedanigheid en veroordeeld in de proceskosten.