ECLI:NL:GHLEE:2012:BV3430
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P. van der Wal
- J. Huiskes
- E. Polak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voorlopige aanslag inkomstenbelasting en geschonden vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006, waarbij hij stelde dat de Inspecteur had gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Het Hof stelde vast dat de voorlopige aanslag in overeenstemming was met de wettelijke bepalingen en dat de door belanghebbende aangevoerde toezeggingen van de Belastingtelefoon niet als bindende toezeggingen van de Inspecteur konden worden gezien. Daarnaast was belanghebbende door zijn adviseur geïnformeerd over de onjuistheid van de voorlopige teruggaven. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd daarom afgewezen.
Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel werd verworpen omdat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die een schending aannemelijk maakten. De heffingsrente werd eveneens bevestigd, mede omdat belanghebbende zich bewust was van de onjuistheid van de teruggaven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.