ECLI:NL:HR:2010:BN8045
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting en heffingsrente bij onjuiste voorlichting Belastingdienst
Belanghebbende vroeg voor 2004 een voorlopige teruggaaf van de algemene heffingskorting aan, waarbij zij geen inkomen had. De Belastingdienst verleende deze teruggaaf en informeerde belanghebbende dat voor 2005 automatisch een voorlopige teruggaaf zou worden toegekend, zonder dat zij actie hoefde te ondernemen. Belanghebbende ontving daarop ook voor 2005 een voorlopige teruggaaf, hoewel zij ook dat jaar geen inkomen had en haar echtgenoot in Duitsland belast werd.
Later legde de Belastingdienst een nadere voorlopige aanslag op voor 2005 waarin de teruggaaf werd teruggenomen en heffingsrente werd opgelegd. Rechtbank en Hof oordeelden verschillend over het vertrouwensbeginsel en de rechtmatigheid van de heffingsrente. De Hoge Raad stelt vast dat de toekenning van de voorlopige teruggaaf over 2005 voortvloeit uit onjuiste voorlichting van de Belastingdienst en dat belanghebbende geen aanleiding had om actie te ondernemen.
Daarom is het uitsluitend aan onzorgvuldig handelen van de Belastingdienst te wijten dat heffingsrente is opgelegd. Het zorgvuldigheidsbeginsel verzet zich tegen het in rekening brengen van deze rente. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt het oordeel van de Rechtbank dat de heffingsrente niet in rekening mag worden gebracht.
Uitkomst: De heffingsrente in verband met de voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting mag niet in rekening worden gebracht vanwege onjuiste voorlichting door de Belastingdienst.