ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1558
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen scheidsmuur: muur blijft eigendom van appellant ondanks bevestiging garage door geïntimeerde
In deze civiele zaak tussen buren over eigendom en gebruik van een muur bij de perceelsgrens oordeelt het gerechtshof Leeuwarden dat de muur geen scheidsmuur is zoals bedoeld in artikel 5:62 lid 2 BW Pro. Hoewel de garage van geïntimeerde met toestemming aan de muur van appellant is bevestigd, leidt dit niet tot gemeenschappelijk eigendom of mandeligheid van de muur.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de muur mandelig was, maar het hof vernietigt dit en stelt vast dat de muur overwegend op het perceel van appellant ligt en eigendom van hem blijft. Het hof benadrukt dat het enkele feit van bevestiging van een bouwwerk aan de muur niet automatisch mandeligheid veroorzaakt.
Het geschil spitst zich toe op de vraag welke bevestigingen zonder toestemming zijn aangebracht en of deze verwijderd moeten worden. Het hof gelast daarom een plaatsopneming en bezichtiging om de feitelijke situatie ter plaatse vast te stellen en een comparitie van partijen om een minnelijke regeling te beproeven. De verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van deze bevindingen.
Uitkomst: De muur wordt niet als scheidsmuur en mandelig beschouwd; verdere beoordeling volgt na plaatsopneming.