ECLI:NL:GHSGR:2004:AP1414
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tromp
- Rechtspraak.nl
Waarde woning in nalatenschap voor successierechten vastgesteld op reële marktwaarde
De zaak betreft een geschil over de waardering van een woning in de nalatenschap van de heer X, overleden op 18 maart 2002. De woning was opgenomen in de aangifte successierecht tegen 60% van de waarde in lege staat, conform het oude artikel 21 Successiewet Pro 1956. De inspecteur stelde de waarde echter vast op de volledige waarde in lege staat van €191.949, wat leidde tot hogere aanslagen successierecht voor de echtgenote en de kinderen.
Belanghebbenden betwistten deze waardering en stelden dat de waarde lager moest zijn, onder meer op basis van de WOZ-waarde van €127.966 per 1 januari 1999 en een redelijke waardestijging van 11%. De inspecteur hield vast aan een waardestijging van circa 45%, wat een hogere waarde rechtvaardigde.
Het hof oordeelde dat de waarde van de woning in de nalatenschap moet worden vastgesteld op de waarde in het economische verkeer, dat wil zeggen de vrij opleverbare marktwaarde. De bepaling van 60% van de leegwaarde zoals in het oude artikel 21 niet Pro langer van toepassing is. Na afweging van alle argumenten stelde het hof de waarde vast op €185.000, iets lager dan de door de inspecteur gehanteerde waarde, maar hoger dan de door belanghebbenden voorgestelde waarde.
Hierdoor werd de aanslag successierecht verminderd tot een zuiver saldo van €103.788, met een toerekening van €57.660 aan de echtgenote en €23.064 aan ieder van de kinderen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan belanghebbenden vergoed.
Uitkomst: De woning wordt in de nalatenschap opgenomen tegen een waarde van €185.000, waardoor de aanslagen successierecht worden verminderd.